Sinds 2 februari 2025 moet elke organisatie die AI gebruikt, aantoonbaar zorgen voor voldoende AI-geletterdheid bij collega's. Die verplichting komt niet uit een kerndoel voor het onderwijs, maar uit artikel 4 van de EU AI Act

We horen het vaak. En het klinkt logisch. Maar het klopt niet. Het twee verschillende vraagstukken, met een andere doelgroep en een andere verantwoordelijke in de organisatie.

Digitale geletterdheid gaat over leerlingen

SLO publiceerde in september 2025 de definitieve conceptkerndoelen voor digitale geletterdheid. AI maakt daar deel van uit, voor PO en VO net in een andere vorm. Deze kerndoelen zijn nog geen wet: ze gaan officieel in per augustus 2027, met een overgangsfase tot 2031. Scholen kunnen er nu al mee aan de slag en dat is goed. Maar handhaving door de inspectie volgt pas later.

Uit de Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 van Kennisnet blijkt dat slechts een kwart van de leraren de kerndoelen daadwerkelijk toepast in de les. Er ligt dus nog werk voor de andere driekwart.

AI-geletterdheid gaat over medewerkers

De EU AI Act verplicht alle organisaties die AI gebruiken om te zorgen for een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun medewerkers. Niet als kerndoel voor leerlingen, maar als wettelijke verplichting voor de organisatie zelf. Wie AI inzet (welke school doet dat tegenwoordig niet), heeft die verplichting nu al.

Hoe de handhaving er precies uit gaat zien, wordt de komende tijd duidelijker. Autoriteit Persoonsgegevens opereert al als coördinerend toezichthouder, en is helder: organisaties moeten aantoonbaar aan de slag zijn.

Toch worden de twee vraagstukken te vaak op één hoop gegooid: AI-geletterdheid belandt als los onderwerp binnen de werkgroep digitale geletterdheid. En dat schuurt. 

Dat onderscheid wordt nergens scherper dan bij de leraar zelf. De leraar staat op het snijvlak van beide: als medewerker valt hij onder de AI Act, als onderwijsprofessional is hij degene die AI-geletterdheid bij leerlingen moet ontwikkelen. UNESCO stelt het in het AI Competency Framework for Teachers: leraren zijn de primaire gebruikers van AI in het onderwijs én de poortwachters van verantwoord gebruik door leerlingen.

De docent gaat voor de leerling.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Begin met de vraag wie verantwoordelijk is voor wat. Stel een verantwoordelijke (werkgroep) aan voor AI-geletterdheid van medewerkers, die los staat van de werkgroep digitale geletterdheid.

Daaruit volgen al snel bredere vragen. Wat is ons AI-beleid als organisatie? Welke systemen gebruiken we, wat mogen medewerkers wel/niet en hoe gaan we om met risico's en privacy? Dat zijn vragen die niet thuishoren bij een werkgroep die nadenkt over het curriculum van leerlingen.

Wij geloven dat je dit onderscheid scherp moet maken vóórdat je begint. Het bepaalt wie je aanspreekt, wat je van hen vraagt en daarmee bepaal je hoe future-proof je deze technologie inbed. 

Digitale geletterdheid bereidt leerlingen voor op een wereld met AI. AI-geletterdheid is iets anders: het is de wettelijke verantwoordelijkheid van de organisatie zelf, vanaf nu, voor iedereen die met AI werkt. Beide zijn nodig. Wie nu alleen in het digitale geletterheid investeert, vergeet de mensen die morgen voor de klas staan en de verplichting die vandaag al geldt.