Op elke school wordt er wel, al dan niet op kleine schaal, met AI geëxperimenteerd. Leraren gebruiken het voor het voorbereiden van hun lessen en leerlingen voor opdrachten. Een ontwikkeling die niet meer weggaat. Maar wat betekent dit gebruik voor de organisatie erachter?
Sinds 2 februari 2025 geeft de EU AI Act daar een concreet antwoord op: elke organisatie die AI gebruikt, moet zorgen voor voldoende AI-geletterdheid bij haar medewerkers. En dat is een wettelijke verplichting.
Maar: wat is AI-geletterdheid precies?
Wat is AI-geletterdheid?
Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens, de toezichthouder die sinds 2 februari 2025 op deze verplichting toeziet, betekent AI-geletterdheid dat iedereen die met AI werkt over voldoende kennis, vaardigheden en begrip beschikt om dat verantwoord te doen.
Dit bevat omvat onder andere:
- Begrijpen hoe AI-systemen technisch werken
- Kritisch reflecteren op uitkomsten
- Bewust omgaan met privacy en ethische kwesties
Toch leven er nog altijd veel misverstanden over wat dat in de onderwijspraktijk betekent.
Misverstand 1: "We moeten iedereen 100% AI-vaardig maken"
Dat klinkt logisch. Toch klopt het maar voor de helft. Een gedeeld basisbegrip is voor iedereen nodig. Maar daarna houdt de gelijkenis op.
De AI Act schrijft namelijk niet voor dat iedere medewerker een bepaald niveau van AI-geletterdheid moet behalen. Wel moet je als organisatie maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen. Daarbij kijk je onder andere naar de kennis en ervaring van medewerkers, hun rol, de AI-systemen waarmee zij werken en de context waarin die systemen worden gebruikt.
Wat iemand moet weten en kunnen, kan dus behoorlijk verschillen. Dat zie je bijvoorbeeld tussen onderwijzend personeel (OP) en onderwijsondersteunend personeel (OOP).
Een paar voorbeelden:
- Een ICT-coördinator moet de tools waarmee de organisatie werkt goed begrijpen en weten waar technische en veiligheidsrisico's zitten.
- Een functionaris gegevensbescherming (FG) moet vooral privacyrisico's kunnen beoordelen en vanuit die expertise kunnen bijdragen aan de beoordeling van AI-toepassingen.
- Een docent in groep 4 van het PO heeft andere kennis nodig dan een docent in de brugklas van het VO die leerlingen werkstukken laat maken met AI.
Breng daarom in kaart welke rollen er in je organisatie zijn, met welke AI-toepassingen zij te maken krijgen en welke kennis en vaardigheden daarbij nodig zijn.
Gebruik vervolgens het AI-geletterdheidsraamwerk in de kennisbank om per rol te bepalen wat passend is. De niveaus in het raamwerk zijn daarbij een hulpmiddel om richting te geven, geen wettelijk voorgeschreven eindniveau.
Misverstand 2: AI-geletterdheid is vooral technisch
Soms zeggen besturen: ga maar experimenteren, binnen deze tool is alles veilig. Dat idee klopt niet. AI-geletterdheid is namelijk net zo belangrijk als dat de tool veilig is.
Als voorbeeld nakijken: ook met een veilige, goedgekeurde tool mag je leerlingwerk niet zomaar door AI laten beoordelen. Dat valt onder hoog risico AI volgens de AI Act. Maar er zijn genoeg docenten die hier inmiddels een tooltje voor hebben gebouwd. Niet elke toepassing die binnen een veilige tool mogelijk is, is daarmee ook ethisch verantwoord. Dat vraagt een kritische houding die verder gaat dan de vraag of de tool zelf veilig is.
AI-geletterdheid is dus geen knoppencursus over hoe een tool werkt. Het gaat om de vraag vanuit je eigen professionele rol: hoe ga ik om met AI-modellen?
Technische kennis over hoe een tool werkt is dus niet genoeg. Zonder een kritische, professionele blik ontstaat het risico dat 'veilig' wordt verward met 'toegestaan'.
Misverstand 3: één training is voldoende
Een studiedag over AI creëert bewustwording. Het maakt iemand nog niet AI-geletterd. AI-systemen veranderen, geopolitiek speelt er een hoop én de wetgeving ontwikkelt door. Dat lijkt de komende jaren niet te veranderen. Dus het thema vraagt om continue aandacht, ook de PO-Raad staat hier achter.
Het vraagt dus om meer dan incidentele professionalisering. Het vraagt om een structurele ontwikkellijn, waarin leren en toepassen continu aandacht krijgen. Denk aan terugkerende workshops binnen de academie, webinars, toegang tot e-learning en een community waarin collega’s kennis en ervaringen met elkaar delen. Maar op governance zul je rollen moeten toewijzen. Denk aan het werken met buddy’s, het aanstellen van I-coaches die collega’s activeren en helpen om AI steeds beter toe te passen.
Misverstand 4: we wachten tot het duidelijker wordt
Afwachten voelt verstandig, want de technologie ontwikkelt snel en de wetgeving is nog in beweging. Maar wachten kan eigenlijk niet: de AI Act geldt al sinds 2 februari 2025, dus wie afwacht, voldoet nu al niet aan de wetgeving.
Terwijl schoolbesturen naar elkaar kijken wie de eerste stap zet, zijn leerlingen allang begonnen. Brits onderzoek van toezichthouder Ofcom laat zien dat meer dan de helft van de kinderen tussen 8 en 17 jaar al AI gebruikt, oplopend tot twee derde bij 16- en 17-jarigen.
Wegkijken is dan geen neutrale optie. Het is je professionele verantwoordelijkheid om te weten wat er speelt en daar iets mee te doen.
Dus: ga aan de slag. Breng samen met de werkgroep in kaart wie binnen de organisatie met AI werkt, in welke context dat gebeurt en welke kennis en ondersteuning daarbij nodig zijn.

